PTSS en de zoektocht naar snellere behandelingen
Posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een psychiatrische aandoening die kan ontstaan na het meemaken of getuige zijn van een ingrijpende gebeurtenis. Denk aan geweld, een ongeluk, seksueel misbruik of oorlogservaringen. Mensen met PTSS kunnen last hebben van herbelevingen, nachtmerries, vermijdingsgedrag en een voortdurend gevoel van spanning. In Nederland hebben naar schatting zo'n 400.000 mensen op enig moment in hun leven te maken met PTSS, volgens cijfers van het Trimbos-instituut.
De standaardbehandelingen voor PTSS zijn traumagerichte psychotherapie, zoals EMDR en cognitieve gedragstherapie. Deze behandelingen werken bij veel mensen, maar niet bij iedereen. Ongeveer 30 tot 50 procent van de patiënten houdt na behandeling nog steeds aanzienlijke klachten. Dat heeft geleid tot een zoektocht naar aanvullende of alternatieve behandelingen, en daarin is ketamine de afgelopen jaren in beeld gekomen.
Wat laat het onderzoek zien?
De bekendste studies naar ketamine bij PTSS komen van Adriana Feder en haar collega's aan de Icahn School of Medicine at Mount Sinai in New York. In 2014 publiceerden zij een eerste gerandomiseerde, gecontroleerde studie waarin 41 patiënten met chronische PTSS een eenmalige intraveneuze infusie kregen van ketamine of een placebo (midazolam). De resultaten waren opvallend: de groep die ketamine kreeg, liet binnen 24 uur een aanzienlijke afname van PTSS-symptomen zien in vergelijking met de placebogroep. Het effect was snel en meetbaar, maar verdween ook weer na enkele dagen tot weken.
In 2021 publiceerde dezelfde onderzoeksgroep een grotere vervolgstudie. Hierin kregen 30 patiënten met chronische PTSS zes herhaalde ketamine-infusies over twee weken. Opnieuw was er een significante vermindering van PTSS-symptomen, en het effect hield langer aan dan bij een eenmalige dosis. Maar ook hier waren de aantallen klein en was er geen langetermijnfollow-up van meer dan enkele weken.
Waarom zou ketamine bij PTSS kunnen werken?
De theorie achter ketamine bij PTSS is gebaseerd op twee mechanismen die onderzoekers proberen te begrijpen: angstextinctie en geheugenreconsolidatie.
Angstextinctie is het proces waarbij je hersenen leren dat een stimulus die eerder aan gevaar was gekoppeld, niet langer gevaarlijk is. Bij PTSS is dit proces verstoord: het brein blijft reageren alsof het gevaar nog aanwezig is, zelfs in veilige situaties. Ketamine zou, door zijn werking op het glutamaatsysteem en de NMDA-receptoren, dit extinctieproces kunnen versnellen. Dieronderzoek laat zien dat ketamine de vorming van nieuwe geheugensporen kan bevorderen, waardoor de angstreactie sneller afneemt.
Geheugenreconsolidatie is een ander proces. Elke keer dat je een herinnering oproept, wordt die herinnering tijdelijk instabiel en daarna opnieuw opgeslagen. In die kwetsbare fase zou het mogelijk zijn om de emotionele lading van een traumatische herinnering te veranderen. Sommige onderzoekers denken dat ketamine in deze fase kan ingrijpen, waardoor de herinnering minder belastend wordt. Dit is echter grotendeels nog een hypothese, gebaseerd op dieronderzoek en kleine humane studies.
De beperkingen van het bewijs
Het is verleidelijk om op basis van deze resultaten te concluderen dat ketamine een doorbraak is voor PTSS-behandeling. Maar er zijn zwaarwegende beperkingen die dat beeld nuanceren.
Ten eerste zijn de studies tot nu toe klein. De studie van Feder uit 2014 telde 41 deelnemers, die uit 2021 slechts 30. Bij zulke kleine aantallen is de kans op toevalsbevindingen groter en zijn de resultaten moeilijk te generaliseren naar de bredere PTSS-populatie. Er zijn nog geen grote, multicenter trials gepubliceerd die de resultaten bevestigen.
Ten tweede ontbreken langetermijngegevens. De meeste studies volgen deelnemers hooguit enkele weken na de laatste behandeling. Het is onduidelijk of het effect van ketamine bij PTSS aanhoudt of dat herhaalde behandelingen nodig zijn. En als herhaalde behandelingen nodig zijn, rijzen vragen over tolerantieopbouw en het risico op afhankelijkheid.
Ten derde is het onderscheid tussen de onderzoeksomgeving en de dagelijkse praktijk groot. In studies wordt ketamine toegediend onder strikt gecontroleerde omstandigheden: exacte doseringen, medisch toezicht, gestandaardiseerde meetinstrumenten. Buiten deze setting is het risico op bijwerkingen, verkeerd gebruik en onvoorspelbare reacties groter.
Geen standaardbehandeling in Nederland
In de Nederlandse richtlijnen voor PTSS-behandeling, zoals die van het Trimbos-instituut en de GGZ, wordt ketamine niet als standaardbehandeling genoemd. De multidisciplinaire richtlijn voor angststoornissen en PTSS verwijst naar traumagerichte psychotherapie als eerste keuze. Ketamine wordt niet afgeraden, maar er is onvoldoende bewijs om het aan te bevelen als reguliere behandeloptie.
Dat betekent niet dat er in Nederland geen onderzoek naar plaatsvindt. Enkele academische centra verkennen de mogelijkheden, maar dan in een onderzoekssetting met strenge protocollen. Buiten de onderzoekscontext is ketamine voor PTSS niet beschikbaar via de reguliere GGZ.
Het verschil tussen onderzoek en praktijk
Een punt dat regelmatig onderbelicht blijft in de berichtgeving, is het verschil tussen wat een studie laat zien en wat dat betekent voor de dagelijkse praktijk. Een statistisch significant resultaat in een kleine studie is niet hetzelfde als een bewezen behandeling. De stap van veelbelovend onderzoeksresultaat naar reguliere toepassing is lang en bevat veel fasen: grotere studies, langetermijnfollow-up, vergelijking met bestaande behandelingen, veiligheidsmonitoring en uiteindelijk opname in richtlijnen.
Daarnaast spelen bij PTSS specifieke factoren mee. Trauma is complex en individueel. Wat bij de ene persoon werkt, hoeft bij een ander niet effectief te zijn. De combinatie van ketamine met psychotherapie wordt nu onderzocht als mogelijkheid, maar ook daar is het bewijs nog beperkt.
Wat kun je hier zelf mee?
Als je te maken hebt met PTSS-klachten en je leest over ketamine als mogelijke behandeling, dan is het goed om een aantal dingen in gedachten te houden. De resultaten uit onderzoek zijn interessant, maar ze zijn nog niet sterk genoeg om er klinische beslissingen op te baseren. De standaardbehandeling voor PTSS in Nederland is traumagerichte psychotherapie, en daar is het meeste bewijs voor beschikbaar.
Wil je meer weten over de stand van het onderzoek, bespreek dit dan met je behandelaar of huisarts. Zij kunnen je informeren over de actuele mogelijkheden en eventuele lopende onderzoeken waaraan je zou kunnen deelnemen. Behandeling op eigen initiatief met ketamine, buiten een medische of onderzoekssetting, brengt risico's met zich mee die niet opwegen tegen het onzekere voordeel.
Onderzoek naar ketamine en esketamine ontwikkelt zich. Wij vatten studies samen in begrijpelijke taal en plaatsen resultaten in context. Nieuwe inzichten kunnen eerdere conclusies aanvullen of veranderen. Dit artikel is geen medisch advies. Heb je vragen over PTSS of behandelmogelijkheden? Neem contact op met je huisarts of behandelaar.